Stevia-Benelux Groep
HomeStevia AssortimentOverige NatuurproductenWebwinkelVerkooppunten
Eigenschappen van Stevia
Toepassingsmogelijkheden van stevia/steviolglycosiden
Vragen en Antwoorden
Overzicht Zoetstoffen
De Stevia Plant




De Steviaplant

De steviaplant/honingkruid waaruit de zoete stoffen (wetenschappelijke aanduiding: steviolglycosiden) worden
gewonnen, heet voluit Stevia Rebaudiana Bertoni en stamt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika. De bakermat van
de steviaplant wordt ligt in het Amambaygebergte in het noordoosten van Paraguay en in het zuiden van Brazilië.
De bladrijke, groene plant wordt daar al eeuwenlang gebruikt als zoetstof voor allerlei toepassingen. Als lid van
de composietenfamilie - waartoe ook de paarden- en zonnebloem behoren - is de steviaplant ook bekend onder
diverse andere namen, zoals Yerba Dulce, Erva Doce, Honingblad, Süßblatt, Ka'a He'e, Zuca-Ka'a en Ka'a-Yupe.


De Geschiedenis

Voor zover bekend, is Stevia Rebaudiana Bertoni de enige plant van het chrysantheumgeslacht die kan worden
gebruikt het voor de winning van steviolglycosiden. Het is alleen het blad van de steviaplant die de twee
belangrijkste zoetcomponenten Stevioside en Rebaudioside A (Reb-A) bevat. Deze twee verschillende componenten
worden onder allerlei namen op de markt gebracht - in evenzoveel verschillende kwaliteiten. Bijvoorbeeld Stevia,
Stevioside, Stevia-extract, Steviolglycoside, Rebaudioside, Steviana en Truvia. Gelet op de smaakkenmerken geven
industrie en consument steeds meer de voorkeur aan Rebaudioside A (Reb-A).

Wij brengen Rebaudioside A met een zuiverheid van > 98% op de markt onder de naam RebinA.

Historisch gezien, wordt de steviaplant al honderden jaren gebruikt. De Spanjaarden ontdekten in de 17de eeuw
dat de oorsprokelijke bewoners in Paraguay blad van de plant, lokaal bekend als Ka'a He'e, toevoegden aan hun
lokale dranken, snacks, voeding en inheemse medicijnen. Ook bewoners van naburige streken profiteerden van de
bijzondere eigenschappen. Laat in de 18de eeuw beschreef botanicus Moises Bertoni het gebruik van Stevia in een
studie over Paraguayaanse planten. Naarmate de informatie over het nuttig gebruik van Stevia zich verbreidde, werd
vanaf 1908 de plant steeds meer in cultuur gebracht en werden er ook pogingen ondernomen om de plant in
andere landen te kweken.
De meeste Stevia wordt momenteel in Azië geproduceerd.



Steviaplanten in volle groei


Internationale Ontwikkeling

In 1913 lukten het Franse chemici voor het eerst om Stevioside en Rebaudioside A aan steviablad te onttrekken.
Dat maakte de weg vrij voor de teelt en verdere verbreiding van steviolglycoside. Als voortvloeisel daaruit werd de
plant begin jaren 70 actief gekweekt in Japan. Dit land - met een jaarbehoefte van 70 ton - is vandaag de dag de
grootste verbruiker van Stevia. 30-40% Van de behoefte aan zoetstof wordt in Japan met steviolglycoside gedekt.
Ook in landen als China, India en Zuid-Korea is het vrij beschikbaar.
In de VS heeft steviolglycoside in 2009 de GRAS-status gekregen, waardoor de Amerikaanse markt is opengegaan.
Medio juni 2009 heeft de Voedselautoriteit in Frankrijk een positief advies afgegeven over het gebruik van Stevia
Rebaudiana A voor een periode van 2 jaar. Daarmee was Frankrijk het eerste land in Europa dat de markt enigszins
vrijgaf. Zwiterseland volgde het voorbeeld van Frankrijk al snel. 
De Beneluxlanden volgden stipt het eerdere genomen besluit van de EU om Stevia als toevoeging aan voeding te
verbieden.
 
Op 14 april 2010 heeft de European Food Safety Authority (EFSA) - de waakhond over voedselveiligheid in Europa -
besloten steviolglycoside voor te dragen voor toelating op de Europse markt om dit natuurproduct toe te staan als
additief aan voeding en dranken.
Dat heeft geresulteerd dat met ingang van 2 december 2011 Stevia (officieel steviolglycoside geheten)binnen de EU
officieel wordt toegestaan, zij het onder bepaalde voorwaarden.

Intussen blijft de EUSTAS (European Stevia Association) zich beijveren om de thans gestelde normeringen te verruimen
en bijvoorbeeld ook gedroogd steviablad en planten toe te laten.

 

Teelt en Oogst

Het oogsten van RebinA Stevia

In het wild groeiende steviaplanten zijn alleen te vinden in de thuislanden Paraguay en Brazilië. In gekweekte vorm treft
men
de steviaplant in diverse regio's aan, zoals in Azië, India, Noord- en Zuid-Amerika en zelfs in Europa. De teelt van
Stevia vereist veel zon, voldoende neerslag en is bovendien arbeidsintensief. De plant is niet vorstbestendig en vraagt
veel ha
ndmatige verzorging.
Het is bekend
dat de resultaten van het zaaien van steviazaad over het algemeen teleurstellend zijn. Vermeerdering van
de plant is het meest succesvol via stekken.
 
De bladeren worden geoogst door de stelen tot ca. 5 cm boven de grond af te snijden. Dit kan 3-4 maal per jaar gebeuren.
Daarna worden de bladeren gereinigd en  - voordat ze verder verwerkt worden -  in de zon, of door middel van hete lucht,
gedroogd. Van oorsprong werden verse steviabladeren ook direct gebruikt om thee van te trekken.
 
De plant zelf kan in praktisch elk land worden gekweekt. De verdere bereiding is echter heel specifiek aan regels ge-
bonden. Veel landen passen echter hun eigen methodes toe.
De teelt van steviaplanten houdt gelijke tred met de groeiende populariteit. Helaas wordt daarbij lokale wetgeving vaak
met voeten getreden
.
Daarom is het van belang alleen gecertificeerde steviaproducten van een gerenomeerd merk te gebruiken.


  
   Uiterst zorgvuldige productie van RebinA
 


Steviolglycosideproducten die voldoen aan de gestelde voorwaarden, mogen 
per 2 december 2011 als suppletie aan voeding en dergelijken worden toegevoegd! 
De overige steviaproducten mogen binnen de EU uitsluitend worden aanbevolen en verkocht
voor uitwendig gebruik (bijvoorbeeld als grondstof voor huid- en mondverzorging).   
           
Home
Steviolglycosiden E960 / Stevia
Stevia Assortiment
Overige Natuurproducten
Webwinkel
Verkooppunten